Olmia Robotics: collaboratieve robotsystemen op maat

Magazines | Utrecht Business Nr 4 - 2017

Olmia Robotics Collaboratieve robotsystemen op maat

Collaboratieve robots zijn de nieuwste ontwikkeling in de robotica; robots die samenwerken met mensen op de werkvloer. Volgens Peter van Olm, eigenaar van Olmia Robotics uit Tiel, zijn zij onmisbaar in het

productieproces. "Met de inzet van CoBots houd je je productie- of assemblagelijn rendabel."

Fotografie: Marcel Krijgsman

Olmia Robotics levert collaboratieve robotsystemen op maat. "Onze klanten krijgen dus geen CoBot in een doos die zij zelf nog moeten samenstellen en monteren, maar een exemplaar dat al helemaal in elkaar gezet is en afgestemd is op hun wensen. Ze krijgen van ons een plug & play robot, zonder het uitzoeken en de engineering die er vaak bij komt kijken." Om een robot geschikt te maken voor een bepaalde toepassing, horen daar nog allerlei tools bij, zoals grijpers, sensoren of toevoersystemen.

Samenwerken

Wat CoBots volgens Van Olm uniek maken, is dat zij kunnen samenwerken met mensen. "Bij robots denken mensen al snel aan de bedreiging die ze vormen ten aanzien van bijvoorbeeld de werkgelegenheid. CoBots bieden echter juist enorm veel kansen. Ze werken samen met mensen, bieden ondersteuning en maken het werk minder belastend en repeterend. Hierdoor kun je als medewerker juist díe dingen doen, waarvoor je opgeleid bent. Bovendien kun je als bedrijf je productiviteit verhogen met de inzet van CoBots en je kosten verlagen. Ze werken altijd met dezelfde kracht en volgen de route die je bij hen programmeert. Dat betekent dat ook de kwaliteit altijd hetzelfde is."

Klantspecificiek proces

De CoBots die Van Olm levert, worden helemaal op maat samengesteld. Door de verscheidenheid aan grijpers en andere tools kunnen ze vlot ingezet worden in een klantspecifiek proces. "De robotarm is het hart van een productie- of assemblagestap", licht Van Olm toe. "Daar kan van alles aan bevestigd worden, zoals een schroefunit, een polijstschijf of ander gereedschap. Dat bepaalt de toepassing van de robotarm. En die toepassingen zijn bijna eindeloos. De onderdelen kunnen bovendien tot maximaal 10 kg hanteren."

Veilig

In de werkplaats van Olmia Robotics in Tiel worden de systemen virtueel geoptimaliseerd, gebouwd, getest en worden medewerkers van de klant getraind in het werken met de CoBots. "Iedereen kan de CoBots die wij leveren programmeren. Nieuwe taken zijn eenvoudig aan te leren, doordat je geen code hoeft te schrijven, zoals bij het programmeren van industriële CoBots", stelt Van Olm. "Hierdoor zijn zij ook geschikt voor middelgrote bedrijven. Bovendien zijn ze minder kostbaar en zwaar, kleiner dan een industriële robot en hoeven niet geïsoleerd achter een hekwerk te staan.

De CoBot opereert veilig tussen mensen op de werkvloer. Je kunt de arm bijvoorbeeld stopzetten met je eigen hand." Een groot verschil met de klassieke robot, meent Van Olm. "De klassieke robot is niet geschikt om samen te werken met mensen en is lastig te plaatsen in kleine productieruimten. De ontwikkelingen gaan heel snel, zo maken vision-systemen en slimme sensors diverse nieuwe toepassingen mogelijk."

Laboratorium

CoBots zijn volgens Van Olm allang niet meer voorbehouden aan de metaalindustrie. "Ze zijn bijvoorbeeld uitstekend inzetbaar voor het beladen en ontladen van machines, maar ook in een laboratorium zijn ze uitstekend op hun plek. Testen en analyses die repeterend zijn en precisie en consistentie behoeven, kunnen uitstekend uitgevoerd worden door een CoBot." Voor klanten die willen weten wat een CoBot voor hen kan betekenen, neemt een medewerker van Olmia Robotics een assemblage-productielijn scan af. "Hierbij komt een van onze robotspecialisten op de werkvloer kijken om de mogelijkheden voor een CoBot te inventariseren. Hierbij kijken we bijvoorbeeld welke repeterende onderdelen overgenomen kunnen worden door een CoBot en hoe deze ervoor kan zorgen dat er efficiënter gewerkt wordt."

Ontgonnen terrein

Hoewel robots veel mensenwerk kunnen overnemen, denkt Van Olm niet dat er straks geen mensen meer nodig zijn in het arbeidsproces. "De robot zal nooit honderd procent de mens vervangen. Wel denk ik dat de robot in veel meer sectoren zijn intrede zal gaan doen. Veel firma's beseffen niet wat er allemaal mogelijk is. Robots in de metaalindustrie; daar is iedereen inmiddels wel aan gewend, maar kijk eens naar laboratoria en de foodsector, daar zie je ze nog een stuk minder. Er is enorm veel onontgonnen terrein."

Morsestraat 11k - 4004 JP - Tiel

0345-60 66 43 - www.olmia-robotics.nl

info@olmia-robotics.nl

ON ROBOT

Onlangs is Olmia Robotics dealer geworden van On Robot. Hun grijpers zijn voorzien van, wat nog het meest lijkt op vingers. Hierdoor kunnen de grijpers makkelijk objecten met verschillende afmetingen oppakken. De grijpers zijn in staat het zwaartepunt van het object dat zij oppakken, te berekenen. Gebruikers hoeven hierdoor uitsluitend het gewicht van het object op te geven bij het programmeren van de robot, waarna de robot de rest van de benodigde waarden kan berekenen. Dit verhoogt niet alleen de productiviteit van robots die gebruik maken van de grijper, maar ook de veiligheid waarmee deze opereren. Daarnaast meet de grijper continu zijn grip op een opgepakt object. Hierdoor weet de robot wanneer het een object onverhoopt verliest of een object in de grijper onbedoeld beweegt.

PROFEEDER

Een van de paradepaardjes van Olmia Robotics is de ProFeeder, een compacte, mobiele en modulaire robotcel, die met een palletwagen naast bewerkingsmachines wordt geplaatst. De ProFeeder komt met twee wisselcontainers en twee onderdelenlades. Wanneer onderdelen zijn verwerkt, wordt de container met de onderdelenlade verwijderd en vervangen door een nieuwe wisselcontainer met onbewerkte onderdelen. De robot werkt intussen gewoon door.

"Veel firma's beseffen niet wat er allemaal mogelijk is", aldus Peter van Olm.

Business Flitsen

'Maak ICT verplicht vak op school'

ICT moet een verplicht vak worden op de basisschool en in het voorgezet onderwijs. Dat vindt een overweldigende meerderheid van de ICT'ers in ons land, blijkt uit onderzoek van IT-vaktitel AG Connect. De ICT'ers zijn ervan overtuigd dat het de beroepskansen van kinderen schaadt als ze niet al jong opgeleid worden in ICT. Bovendien is het goed omdat er in de toekomst veel ICT'ers nodig zijn. Maar liefst 85 procent van de bijna 1300 ICT-professionals in het onderzoek vindt dat de politiek moet afdwingen dat binnen een paar jaar informatica, programmeren en digitale geletterdheid een verplicht vak is in het basisonderwijs. Voor het voortgezet onderwijs wil zelfs 95 procent dit vak verplicht stellen. Ruim tweederde gelooft niet dat de Nederlandse politici beseffen hoe belangrijk dit is. Hans de Boer, voorzitter van VNO-NCW, pleit al geruime tijd voor de invoering van ICT als verplicht vak. "Wij hebben goede hoop dat een nieuw kabinet dit omarmt en wachten de voorstellen af. We hebben afgelopen jaar met een coalitie van meer dan 60 partijen uit alle geledingen van de maatschappij bepleit dat 'computational thinking' structureel onderdeel van het curriculum moet zijn op de basisschool en in het voortgezet onderwijs. Dus niet alleen keihard programmeren, maar juist ook breder." De overgrote meerderheid van de lezers van AG Connect die aan het onderzoek hebben meegedaan is hier ook voorstander van. De Boer vindt het "goed om te zien dat zij ons pleidooi ondersteunen. Wij zullen aandacht blijven vragen voor deze belangrijke zaak. Want alleen door dit soort maatregelen kan straks iedereen mee in de digitale transitie, en kan Nederland zelfs een koppositie innemen." Bovendien is er het zeer realistische risico dat Nederland achter zal raken bij de ons omringende landen, waar ICT of programmeren inmiddels wel een verplicht vak is. Voorbeelden zijn Groot-Brittannië, Tsjechië, Polen, Portugal en Griekenland. De PO-raad is echter een groot tegenstander van programmeren als verplicht vak op de basisschool. Die vindt dat te beperkt en ziet meer in een bredere invulling om digitale geletterdheid te vergroten: basisvaardigheden ICT, informatievaardigheden, mediawijsheid en computational thinking. De PO-raad verzet zich omdat als de politiek hier gehoor aan zou geven 'dat betekent dat het bedrijfsleven het curriculum van het onderwijs bepaalt en dat is onwenselijk.'

Gestolen voertuigen sneller in beeld op bedrijventerreinen Utrecht

Om bedrijventerreinen in de Gemeente Utrecht veiliger te maken hebben U-Safe, Spyke Security en Stichting Verzekeringsbureau Voertuigcriminaliteit op 7 juli 2017 een samenwerkingsovereenkomst getekend voor acht bedrijventerreinen (Woonboulevard - Cartesius - Business Eiland ? Lage Weide? Papendorp - Nieuw Overvecht - Oudenrijn en Rijnsweerd). Om criminaliteit op bedrijventerreinen een halt toe te roepen worden alle kentekens van passerende voertuigen op vrijwel alle toegangswegen gescand en gecontroleerd in het VbV - Vermiste Auto Register. Op het moment dat een vermist of gestolen voertuig de beveiligingscamera's langs de toegangswegen passeert dan wordt het kenteken gescand en vergeleken in het Vermiste Auto Register. Op het moment dat het voertuig als vermist of gestolen staat gesignaleerd ontvangt de centralist van Spyke Security direct een melding en zet deze voor opvolging door naar politie Midden Nederland. Om het voertuig niet uit het oog te verliezen wordt er door Spyke Security een surveillanceauto ingezet tot het moment dat de politie ter plaatse is om het voertuig en verdachte(n) staande te houden. Een gestolen auto op een bedrijventerrein betekent onraad en is een voorbode van problemen. Door deze snelle aanpak kunnen vele vormen van criminaliteit voorkomen worden. Uit de praktijk blijkt dat deze samenwerking zijn vruchten afwerpt: er zijn al een aantal heterdaad aanhoudingen verricht en daarnaast maakt het Openbaar Ministerie in haar onderzoek gebruik van de veiliggestelde beelden.