Industrie en techniek krachtige economische motor

Magazines | Utrecht Business Nr 4 - 2014 | Lees volledige uitgave online

SPECIAL

Industrie en techniek verdienen meer aandacht

Krachtige motor

van de economie

TEKST CEES LOUWERS

De aandacht voor dienstverlening – onder meer bij politiek en bestuur – is niet onverklaarbaar. Het is een schone vorm van bedrijvigheid met veelal hoogopgeleide medewerkers. In de groeiende economie die jarenlang vanzelfsprekend leek, presteerden dienstverlenende bedrijven bovengemiddeld. In een periode van laagconjunctuur daalt de werkgelegenheid er echter veelal juist sterker. Een te eenzijdig economisch profiel maakt kwetsbaar. Plus dat het door structurele ontwikkelingen zoals de verregaande automatisering maar de vraag is of toekomstige groei ook meer arbeidsplaatsen in de dienstverlening oplevert.

Nieuwe markten

De industrie heeft met 28% het hoogste aandeel in het intermediaire binnenlandse verbruik. Volgens het rapport MyIndustry 2030 van het economisch bureau van ING vertegenwoordigt de inkoop bij andere sectoren – waaronder veel dienstverleners – een waarde van bijna € 60 miljard. Ook creëren technologische innovaties markten en diensten die zorgen voor nieuwe werkgelegenheid. Goed voorbeeld is de ontwikkeling van tablets en smartphones. Zonder deze producten zou er geen groeiende groep app-ontwikkelaars bestaan.

Verder is de industriële sector bij uitstek internationaal georiënteerd. Zij vormt een belangrijke pijler onder de export die onze economie de afgelopen jaren nog enigszins overeind hield. Het zijn vooral industriële bedrijven die ervoor zorgen dat Nederland kan profiteren van de groei in opkomende economieën. Met dienstverlening is het veel lastiger om substantieel te scoren buiten de landsgrenzen. Het aandeel in de export blijft steken op 20%.

Kwaliteit van leven

Technische bedrijven zijn verantwoordelijk voor innovaties op cruciale gebieden als ICT, zorg en duurzaamheid. Dat die hard nodig zijn, blijkt uit het perspectief dat het eerdergenoemde ING-rapport schetst. In 2030 is wereldwijd 40% meer vraag naar energie, er leven 80% meer 60-plussers en rijden 300% meer auto’s. Technologische oplossingen en innovaties zijn noodzakelijk om deze uitdagingen het hoofd te bieden. Kijk bijvoorbeeld naar de zorg. Het aantal ouderen neemt toe en door de ontwikkeling van de medische wetenschap leven mensen met chronische ziektes vaak langer. De zorgbehoefte stijgt de komende jaren dus fors, terwijl het aantal beschikbare handen juist afneemt. Nieuwe technologie moet uitkomst bieden. Denk bijvoorbeeld aan thuismonitoring na een ziekenhuisopname, alarmering door intelligente sensoren in de woning en videocommunicatie voor zorg op afstand. Het zijn maar een paar voorbeelden van oplossingen die wereldwijd een enorme impact hebben. Zij dragen bij aan de kwaliteit van leven in brede zin en zijn economisch zeer kansrijk, zeker voor Nederlandse technische en industriële bedrijven.

Crossovers

Samenwerking is een van de voorwaarden om die mogelijkheden te benutten. Niet alleen tussen technische disciplines onderling maar ook met andere sectoren. Want juist crossovers – ontwikkelingen waarbij verschillende vakgebieden elkaar raken – leiden tot echte innovaties. Combinaties van bijvoorbeeld technologie en zorg, transport en verduurzaming of technologie en bouw hebben een enorme potentie. Maar die verbindingen moeten wel gelegd en benut worden. Communicatie is daarbij van groot belang. Een punt van aandacht, want het is veelal niet de sterkst ontwikkelde eigenschap van technici.

Weinig sexy

À propos technici: die moeten er wel in voldoende mate zijn. En technische opleidingen zijn onder jongeren niet bijzonder populair. Zeker als de economie aantrekt, dreigen op verschillende niveaus tekorten. Steeds minder vaklieden stromen in en de jarenlange negatieve trend bij het animo voor hbo- en universitaire opleidingen leidt tot schaarste. Techniek en industrie kampen ten onrechte met een weinig sexy imago. Want zoals het ING-rapport benadrukt, het beeld van rokende schoorstenen en smeerolie klopt al lang niet meer. Het gaat veelal om schone, hoogwaardige bedrijvigheid met grote maatschappelijke relevantie. Om het tij te keren, is het zaak dat werkgevers hun terughoudendheid laten varen. Zij moeten het perspectief en de relevantie van hun activiteiten beter uitdragen.

Smart Industry

Meer dan 270 Nederlandse bedrijven gaven in april acte de présence op de Hannover Messe, ‘s werelds grootste technologiebeurs. Ineke Dezentjé Hamming, voorzitter van de ondernemingsorganisatie voor de technologische industrie FME benadrukte tijdens de beurs dat bedrijven klaar moeten zijn voor de vierde industriële revolutie. Na stoommachine, elektriciteit en computer voltrekt zich een radicale verandering door nieuwe productietechnologieën en de verregaande integratie van ICT in het bedrijfsproces. Hoe hierop in te spelen, staat in het rapport Smart Industry dat op de Hannover Messe werd overhandigd aan minister-president Mark Rutte. Het is een gezamenlijk initiatief van FME, TNO, het ministerie van Economische Zaken, VNO-NCW en de Kamer van Koophandel. Het rapport pleit onder meer voor het versneld ontwikkelen en toepassen van nieuwe producten, productietechnologieën en businessmodellen op basis van reeds beschikbare kennis. Daarnaast moet de cross-sectorale kennisontwikkeling en -overdracht worden bevorderd. Kennis en vaardigheden van werknemers moeten verder worden vergroot en ook randvoorwaarden als een excellente ICT-infrastructuur verdienen aandacht. ‘De toekomst is aan Smart Industry,’ aldus de FME-voorzitter. ‘Wat we nodig hebben, is een slagvaardige en daadkrachtige nationale aanpak. Er is geen tijd te verliezen.’

Achterstand inhalen

Industriële en technische bedrijven zijn een bron van innovatie, zorgen voor directe en indirecte werkgelegenheid en dragen met een hoog exportaandeel substantieel bij aan de kracht van de Nederlandse economie. Hoog tijd dus voor meer aandacht van beleidsmakers en politiek. ‘Daar waar Duitsland tien jaar geleden al begon met hervormen en een consistent investeringsbeleid, bleef dat in Nederland uit,’ constateert Dezentjé Hamming. ‘Wij hebben de blunder begaan door te denken dat onze economie alleen met diensten zou kunnen groeien. Maar onze verdienkracht zit juist in de industrie. En die achterstand moeten we nu inhalen.’ n

Nederland is een dienstenland. Ruim driekwart van het Bruto Nationaal Product komt voor rekening van dienstensectoren. Door deze prominente performance krijgen industriële en technische bedrijvigheid vaak minder aandacht. Ten onrechte. ‘Wij hebben de blunder begaan door te denken dat onze economie alleen met diensten zou kunnen groeien,’ stelt FME-voorzitter Ineke Dezentjé Hamming. ‘Maar onze verdienkracht zit juist in de industrie.’ De industrie heeft het hoogste aandeel in de inkoop bij andere sectoren en is grotendeels verantwoordelijk voor de Nederlandse exportprestaties. En oplossingen voor uitdagingen op het gebied van zorg, duurzaamheid en mobiliteit moeten vooral komen van technische innovaties.

Foto Jan Jong Fotografie

Ineke Dezentjé Hamming: ‘Wat we nodig hebben, is een slagvaardige en daadkrachtige nationale aanpak. Er is geen tijd te verliezen.’

delen:
Algemene voorwaarden | privacy statement